Winter tips                               

Soort pechgevallen
  • Startproblemen : 4 pechgevallen op 5, waarbij de batterij meestal de oorzaak van het probleem was. Een batterij verliest met deze vriestemperaturen tot 50% van haar capaciteit. Wanneer de batterij niet opgeladen is rest nog maar weinig energie om te starten. Een tweede oorzaak is het slecht functioneren van de gloeibougies bij dieselwagens. Bij de moderne direct ingespoten dieselmotoren moet met deze temperaturen het gloeisysteem ook in werking treden.Enkel een grondig winternazicht kan dit probleem voorkomen. 
  • Vastgevroren handrem en sloten zijn jaarlijks terugkerende problemen die gemakkelijk te voorkomen zijn. 

Welke auto’s krijgen te kampen met pech?

  • Auto’s die korte afstanden rijden : de batterij krijgt nooit kans om volledig op te laden. Veel energie wordt gebruikt door het starten en het gebruik van vb achterruitontdooiing, ventilatiesysteem, radio, lichten, airco … De batterij kan men sparen door het gebruik van die stroomafnemers te beperken. 
  • Benzine en diesel, oud en nieuw : batterijproblemen doen zich voor bij alle wagens. Ook moderne wagens zijn kwetsbaar omdat diezelfde batterij alsmaar meer energieverbruikers moet voeden.

Opgelet : erger voorkomen
De wagen starten met hulp van startkabels die verbonden worden met de batterij van een ander voertuig houdt gevaren in :

  • Spanningsverschil : te grote spanningsverschillen tussen helpende wagen en wagen met pech kunnen gevoelige elektronische onderdelen van de wagen met pech beschadigen. De spanning van een wagen met draaiende motor kan oplopen op tot 14,4 volt, terwijl de batterijspanning slechts 12 volt bedraagt. 
  • Kortsluiting : het verwisselen van de plus en min aansluitingen veroorzaakt kortsluiting met mogelijke schade tot gevolg. 
  • Ontploffingsgevaar : bij het pechvoertuig sluit men de min-pool beter niet op de batterij aan om alzo elk ontploffingsgevaar te voorkomen. 

Praktische tips

  • Handrem niet gebruiken : deze durft wel eens vast te vriezen. Dit is gemakkelijk te voorkomen door de wagen in versnelling te zetten.
  • Krant of karton op voorruit en achterruit : dit heeft twee voordelen
    - je ruiten vriezen niet aan waardoor de zichtbaarheid en dus de veiligheid optimaal blijft
    - het gebruik van achter- of voorruitontdooiing en ventilatiesysteem is niet nodig, het geen kostbare energie spaart. 
  • Steek uw slotontdooier op zak, laat die niet in de wagen liggen. 

Aandachtspunten bij een reis naar en verblijf in een wintersportoord:

  • Antivries in sproeireservoir 
  • Antivries in koelsysteem 
  • Wie een eigen brandstofreservoir bezit, dient zich ervan te vergewissen dat deze reeds gevuld is met winterdiesel – Indien nodig antistollingsadditief toevoegen, bij motoren met hogedrukinspuiting zeker geen benzine toevoegen, eerst de garage raadplegen indien additieven gebruikt zouden worden. 
  • Brandstoffilter van dieselwagen controleren

Vooral dieselrijders krijgen last van lage vriestemperaturen omdat diesel moet beveiligd zijn tegen vriestemperaturen (winterdiesel in tankstations is daaraan aangepast) anders gaat de paraffine uitvlokken en de brandstoffilter verstoppen.

Veilig rijden:

  • Laat voldoende afstand met je voorligger. Besneeuwde of beijzelde wegen, maar ook sneeuwresten, natte tramsporen in steden, kunnen aanleiding zijn tot een slippartij. Anticiperend rijden, snelheid matigen en zachtjes (pompend voor auto’s zonder ABS) remmen, geen bruuske bewegingen met het stuur maken.
  • Remmen: je remafstand tov een droog wegdek verdubbeld bijna. Bij een snelheid van 60 km per uur verlengt die van 20,2 m op droog wegdek naar 35,4 m op een glad wegdek. ABS verlengt de remafstand bij een glad wegdek maar houdt de auto bestuurbaar (je kan dus een obstakel vermijden, maar nooit pompend remmen).
  • Geef vrije baan aan de strooidiensten en steek deze vooral niet voorbij.
  • Stop op een parking of bij een benzinestation indien de situatie te gevaarlijk wordt.
  • Aquaplaning: door spoorvorming en door hevige regenval, kan het zijn dat door snelheid en ondiepe bandenprofielen, de wagen onbestuurbaar wordt. In voorkomend geval NOOIT hard remmen, wel ontkoppelen, gas minderen en het stuur vasthouden in de richting waarheen je wil tot de banden terug voeling krijgen met het wegdek.

Zien en gezien worden:

  • De verlichting is van groot belang. Niet alleen om te zien, maar vooral ook om gezien te worden. Wees dus zeker niet te zuinig op het gebruik van je lichten. Zeker het mistachterlicht ontsteken bij een zichtbaarheid van minder dan 200 meter of bij hele erge regen- of sneeuwval. Ook niet vergeten dit te doven zodra de weersomstandigheden dit niet langer vereisen of wanneer je in een file staat om verblinding van de achterliggende voertuigen te vermijden.
  • Verluchting van de wagen is noodzakelijk. Zet steeds de ventilator of airco aan of open een raam indien de motor niet aanstaat.
  • Vertrek nooit alvorens de ruiten volledig sneeuw- en ijsvrij te maken.